Spaarrente spaarloon veel te laag
‘Oude’ spaarloon blijft populairder dan Levensloop
Tweeënhalf jaar geleden werd de levensloopregeling ingevoerd. Met deze regeling kon een werknemer sparen voor studie, onbetaald verlof of vervroegd pensioen, hoewel de overheid met deze laatste besteding eigenlijk niet zo blij was. De levensloop was de nieuwkomer die het ‘ouwetje’ Spaarloon mooi zou kunnen vervangen. Echter, de oude spaarloonregeling was fiscaal aantrekkelijker dan de nieuwkomer Levensloop. Het gevolg: spaarloon blijft populairder. Echter, de rente die bij een spaarloonregeling wordt ontvangen is weinig inzichtelijk en loopt achter bij de reguliere spaarrente.
Een korte uitleg van hoe het ook al weer zat. Een spaarloonrekening is simpelweg een spaarrekening waarbij de ontvanger maximaal € 613,- brutoloon per jaar spaart en deze € 613,- op z’n vroegst vier jaar later netto mag opnemen. Hiermee heeft de ontvanger zo’n € 257,- uitgespaard als we uitgaan van een modaal inkomen (€ 33.000,- per jaar) en 42% inkomstenbelasting. De € 613,- mag besteed worden aan wat deze persoon maar wil. Dan de levensloopregeling. Hierbij mag de ontvanger per jaar € 3.960 (= 12%) sparen, uitgaande van een modaal inkomen. Bij opname wordt wél belasting ingehouden (42%). Maar van de te betalen belasting, hoeft € 191,- niet te worden betaald. Het bedrag kan opgenomen worden wanneer de gebruiker dat wil maar kent een beperktere besteedbare vrijheid dan bij spaarloon. Het fiscale voordeel van Spaarloon ten opzichte van Levensloop is € 66,- per jaar (€ 257,- minus € 191,-).
Bewust sparen bij levensloop
Vorig jaar kwam er 840 miljoen euro aan investering bij op de gezamenlijke levenslooprekeningen. Dat is 70 miljoen minder dan in 2006, zo blijkt uit cijfers van het CBS. Het aantal levensloopregelingen in 2007 is wel gestegen van 220.000 naar 269.000. Op de spaarloonregeling werd 1,1 miljard euro ingelegd. Daarmee blijft de spaarloonregeling zowel qua aantal deelnemers als qua ingelegd kapitaal populairder. Opvallend is wel dat de inleg van de deelnemers aan de levensloopregeling met € 3.471 per persoon betrekkelijk hoog was in vergelijking tot het maximaal te sparen bedrag bij de spaarloonregeling. Deelnemers aan de levensloopregeling lijken dus bewust te kiezen voor deze vorm van sparen, terwijl de spaarloonregeling een duidelijk ‘iedereen doet mee dus ik ook’- karakter in zich lijkt te hebben.
Rente spaarloon loopt achter
Hoe verhoudt de rente in beide constructies zich tot de rente op ‘reguliere spaarrekeningen’ als we ervan uitgaan dat het geld niet belegd wordt maar puur gespaard? Bij de levenslooprekeningen, die op individueel niveau kunnen worden afgesloten, lopen deze rentes redelijk in de pas bij de gangbare spaarrentes, op dit moment tussen de 4 en 4,5%. Bij de spaarloonregelingen zijn deze rente’s op internet onvindbaar. En in het geval dat deze vindbaar zijn, lopen deze ver achter bij reguliere spaarrekeningen. Zo betaalt Aegonbank op dit moment 2,65% rente; een percentage dat sinds augustus 2007 niet meer is aangepast.
Banken profiteren van werknemer
Zo’n 3,5 miljoen werknemers doen mee aan de spaarloonregeling. Het renteverlies per persoon door de té lage rente-uitkering van de banken is per jaar ongeveer € 10,-. De banken steken daarmee dus zo’n € 35 miljoen in hun zakken. Deze scheve situatie is met name ontstaan doordat niet de particulier beslist over de spaarrekening maar de werkgever. De werkgever opent een rekening voor de werknemers waarbij de spaarrente variabel is. De rente op deze spaarrekening is echter geen top-of-mind onderwerp voor deze werkgever en daar maken de banken vervolgens grif gebruik van. Het is dan ook aan de werknemer om diens werkgever regelmatig te attenderen op dit rentepercentage.
OG - 09-07-08







